We Ain’t Seen Nothing Yet

Afbeelding: Beeldcultuurkrant MOTI, ontwerp Mieke Gerritzen

* * *

Onderstaande tekst is mijn bijdrage aan een ‘beeldcultuurkrant’ van het Museum Of The Image (MOTI) in Breda. De krant verschijnt zaterdag 28 september bij de opening van drie nieuwe tentoonstellingen in een oplage van 60.000 exemplaren.

* * *

De opbloei van beeldcultuur heeft veel – zo niet alles – te danken aan de fotografie. Dit fenomeen ontwikkelde zich in drie fasen die elk werden ingeluid door een vernieuwing: het chemische procedé (1816-1831), de Kodakcamera met rolfilm (1888) en de digitale camera ‘Sony Mavica’ (1981). In tweede fase gaf Kodak de aanzet tot de eerste beeld-culturele revolutie. Oprichter George Eastman maakte van camera en foto laagdrempelige massaproducten onder het motto ‘You press the button, we do the rest.’ Vanaf dat moment kon in beginsel iedereen het beeld van zijn of haar werkelijkheid vastleggen en overdragen. De drempel om te fotograferen werd voor professionals en amateurs even laag. Er ontwikkelde zich een open, dynamisch cultureel veld. In wisselwerking met een gelaagde amateuristische praktijk ontstond een breed scala van professionele specialismen, van voedsel- en mode- tot school- en persfotograaf.

Het ‘fuzzy’ culturele veld van de fotografie laat zich ordenen langs twee assen: verticaal de oriëntatie op het persoonlijke domein (noord) en het publieke domein (zuid), en horizontaal op het heden (oost) en het verleden (west). Zo vormen zich vier kwadranten met onderscheiden concepten, zoals het familiealbum (persoonlijk/ verleden), het fotoboek (publiek/ verleden) en het fototijdschrift (publiek/ heden). Alleen de ruimte in de hoek persoonlijk/ heden bleef in de vorige eeuw grotendeels onbenut. Je kon elkaar wel de familiefoto’s laten zien die in bijna elke portemonnee bewaard werden of een eigen foto sturen als ansicht- of kerstkaart, maar veel meer viel er niet te beleven. Pas toen de digitalisering in een groeiend netwerk van computers, mobiele telefoons en camera’s een rol begon te spelen, konden de ongekende mogelijkheden van het persoonlijk-actuele kwadrant worden benut.

Hoewel de digitalisering zich overal doet gelden – het verdwijnen van LIFE, de opkomst van Flickr – is haar invloed in die hoek verreweg het grootst. Daar voltrekt zich meer dan honderd jaar na de eerste omwenteling van Kodak de tweede beeld-culturele revolutie. De toon wordt daarbij gezet door Instagram, een mobiele app die in drie jaar meer dan honderd miljoen ‘actieve gebruikers’ verwierf. Dit ongekende succes vertaalde zich in 2012 in een ongekende overnamesom: Facebook betaalde de eigenaars één miljard dollar (in cash en aandelen). Maar hopelijk is de culturele waarde van Instagram nog vele malen hoger dan de financiële waarde. Voor het eerst in de geschiedenis biedt technologie ons de ruimte voor de ontwikkeling van een informele en transculturele beeldtaal als alledaags communicatiemiddel. Daarmee heeft de beeldcultuur een nieuwe, opwindende dimensie gekregen. Met een variatie op de songtitel van Bachman-Turner Overdrive: ‘We Ain’t Seen Nothing Yet’.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: