NRC en de kwestie-Wijers

Afbeelding: omslag van ‘Tegels lichten’ door H.J.A Hofland, 1972

* * *

Opiniestuk voor NRC, niet geplaatst, 2 december 2025

* * *

De excuses van NRC aan Hans Wijers laten de vraag onbeantwoord of hier sprake was van een bedrijfsongeval of een uit de hand gelopen journalistieke praktijk. Uit eigen ervaring noem ik de tweede optie ‘de methode Logtenberg’. Een werkwijze die zich al jarenlang kenmerkt door het gebruik van anonieme bronnen, de toepassing van publicitaire druk en het ontbreken van follow-up.

Op donderdagmiddag 7 maart 2013 word ik thuis gebeld door Hugo Logtenberg. Ik ben dan bestuursvoorzitter van ArtEZ Hogeschool voor de kunsten met vestigingen in Arnhem, Enschede en Zwolle. Logtenberg meldt dat NRC de volgende dag een stuk zal publiceren over de crisis bij de hogeschool en vraagt me of ik wil reageren. Een of meerdere anonieme bronnen hebben hem op het spoor gezet, vervolgens sprak hij met enkele betrokkenen. Hij zet meteen zijn journalistieke pistool op mijn borst. Het stuk – dat ik niet te lezen krijg – zal hoe dan ook verschijnen, maar misschien wil ik nog iets toelichten.

De problemen bij ArtEZ zijn inderdaad groot, maar ik ben niet in de positie om daarover naar buiten te treden. De neteligste situatie betreft de kunstacademie in Enschede. Er zijn signalen van fraude en corruptie waarnaar we onderzoek laten doen. Vanuit die hoek word ik op dat moment ook persoonlijk bedreigd. Ons huis is voorzien van een bewakingscamera en elke ochtend meldt zich een beveiliger. Het ligt voor de hand dat Logtenberg door activistische personeelsleden uit Enschede werd geïnformeerd. Hij kon dat niet weten, maar deed nergens navraag of zijn bronnen een zuivere bedoeling hadden.

Als het stuk de volgende dag verschijnt (‘Botsende ego’s duwen hogeschool in diepe crisis’), blijkt Logtenberg tot mijn verbijstering uitgebreid met de huidige en voormalige voorzitter van de raad van toezicht te hebben gesproken. Hij interviewde zelfs mijn gepensioneerde voorganger, die terloops wordt geprezen om een werkwijze die de toets van grensoverschrijdend gedrag niet meer zou doorstaan. Ieder voor zich proberen de gesprekspartners hun eigen straatje schoon te vegen.

Het stuk geeft de aanzet tot een golf van landelijke en lokale publiciteit, waarin het beeld wordt neergezet van een bestuursvoorzitter die is ontslagen vanwege falend handelen. De reputatieschade voor de hogeschool is enorm en ook persoonlijk krijgen ik en ons gezin het zwaar te verduren. De relatie met de raad van toezicht is zodanig verstoord dat vertrek onafwendbaar is, maar het duurt meer dan vijf maanden om dat fatsoenlijk te regelen. In de tussentijd kan ik de beeldvorming niet openlijk nuanceren.

Nadat het stuk is gepubliceerd, zit voor Logtenberg het werk erop. Hij heeft in zijn eerste jaar bij NRC gescoord, in alle opzichten. Er komt geen vervolg, ook al zijn veel feiten nog niet duidelijk en komt de crisis na de publicatie in een stroomversnelling. Ik besluit om op voorwaarde van anonimiteit mijn kant van de zaak te delen met onderzoeksjournalist Merijn Rengers van De Volkskrant (inmiddels werkzaam bij NRC). Zijn stuk (‘En vliegwerk’) verschijnt op woensdag 24 april, maar leidt niet meer tot een reactie van Logtenberg.

In de jaren daarna blijf ik de ontwikkeling van Hugo Logtenberg volgen. Zijn ster rijst, hij mag zelfs even op tv een talkshow presenteren. Herhaaldelijk wordt zijn succesformule toegepast – tot hij struikelt over Hans Wijers. De beproefde combinatie van anonieme bronnen en publicitaire druk keert zich tegen hem. Om de schade van de eigen reputatie te beperken ziet NRC zich genoodzaakt tot een follow-up. Maar het echte vervolgonderzoek doet De Volkskrant.

De hoofdredacteur van NRC mag hopen dat de kous daarmee af is. Maar als ze de ‘kwestie-Wijers’ afdoet als een incident, sluit ze haar ogen voor de werkelijke oorzaak. Dan stemt ze stilzwijgend in met een journalistieke praktijk die het vertrouwen in NRC en de media als geheel steeds verder zal aantasten.