Het kunstwerk in het tijdperk van de schaalvergroting

Afbeelding: Zwevende kei, Bas Maters/ 2000

* * *

Deze tekst werd uitgesproken bij de opening van ‘Een vierkantje laten lachen’, in de Kortestraat 17 te Arnhem, van 22 september t/m 14 oktober 2012. Bij de tentoonstelling verscheen bij ArtEZ Press en WBooks een gelijknamig boek.

* * *

Geachte aanwezigen, beste vrienden van Bas Maters en van zijn werk als kunstenaar en docent,

‘Woorden zijn zo gauw te veel waar het beeld als taal wil spreken’ – dit zijn de woorden van Bas Maters, die ik als een lichte vermaning ter harte neem.

Allereerst wil ik iedereen bedanken die een bijdrage heeft geleverd aan deze tentoonstelling en het boek over Bas Maters. De betrokkenheid waarmee u zich heeft ingezet, kan niet voldoende geprezen worden. U zorgde ervoor dat we hier en nu over Bas Maters kunnen spreken, en ook elders en straks kunnen blijven spreken. Zo houden we zijn werk als aanzet tot overdenking en discussie in ere en in leven. Immers, er zijn wel dode kunstenaars, maar er bestaat geen dode kunst, zolang we die kunst met elkaar ervaren.

In het boek las ik de treffende bijnaam van Bas Maters: ‘Bas Mateloos’. En hoewel ik me realiseer dat men daarmee zijn manier van doen typeerde, ligt daarin ook een andere kern van waarheid besloten. Als ik namelijk aan zijn werk een sleutelwoord zou mogen verbinden, dan is dat ‘schaal’. Niet omdat er in zijn werk nogal wat schalen (en kommen) opduiken, maar omdat zijn werk getuigt van wat je zou kunnen omschrijven als ‘de worsteling met de menselijke maat’.

Het beroemde essay van Walter Benjamin over Het kunstwerk in het tijdperk van de mechanische reproductie kun je ook lezen als de aanzet tot een beschouwing over het kunstwerk in het tijdperk van de schaalvergroting. Vermenigvuldiging door middel van drukwerk en film stelt voor een belangrijk deel dezelfde kwesties aan de orde als monumentale uitvergroting. Bij dat laatste komt eveneens de problematische relatie tussen techniek en authenticiteit naar voren. Het monumentale kunstwerk lijkt zich te manifesteren als een reproductie van zichzelf (en zich te willen ontdoen van zijn aura). En ook het effect van de schaalvergroting op het kunstwerk vraagt om een kritische, historische en politieke analyse. Denk in dat verband aan de invloed van de percentageregelingen van de Rijksoverheid, waarmee een bescheiden deel van de bouwsom werd aangewend ‘ter bevordering van de kunst’.

Bas Maters leefde als kunstenaar en docent tussen de kansen en de bedreigingen van het tijdperk van de schaalvergroting, van industrialisering, technologisering en mondialisering. Vanuit zijn persoonlijk perspectief zag hij de schaal van de wereld veranderen. Als jongen in het Arnhem van de jaren ’50 kon hij er alleen van dromen om landen als China en Jemen te ontdekken. Maar het gebeurde toch, en de indrukken en de ideeën die hij daarbij opdeed, klinken door in zijn werk. Vervolgens zag hij om zich heen de stormachtige ontwikkeling van stad en infrastructuur. Hij was zes jaar oud toen bij Arnhem het winkelcentrum Presikhaaf werd geopend, dat toen model stond voor de toekomst en nu het hart vormt van een erkende probleemwijk. Tussen 1955 en 1975 nam het aantal kilometers autosnelweg in Nederland toe van minder dan 250 tot meer dan 1500, met de bijbehorende groei van monumentale verkeersknooppunten, zoals hier verderop het Roermondsplein met de Blauwe Golven van Peter Struycken. Als docent belandde hij tenslotte ook nog eens in de fusie van kleine schooltjes tot de Hogeschool voor de Kunsten Arnhem, met alle emoties van dien.

De ervaringen van schaalverandering zijn een rijke bron voor tal van verhalen en films, waaronder Gullivers reizen, Alice in Wonderland en de sciencefictionfilm Fantastic Voyage. In deze voorbeelden wordt er een verband gelegd tussen verwondering en angst. Kennelijk zijn we diep van binnen zowel nieuwsgierig naar, als bang voor omvangrijke schaalveranderingen. Aan de ene kant bieden die ons een nieuwe blik op de wereld, aan de andere kant roepen ze de angst op dat we onszelf en onze plaats in de wereld zullen verliezen.

In het werk van Bas Maters meen ik diezelfde dubbelzinnigheid te herkennen. Als volwassene bleef hij het kikvorsperspectief van zijn kindertijd hanteren. Hij ontwikkelde zich in de wisselwerking tussen thuis en de wijde wereld, tussen de Velperweg, en de snelwegen en de viaducten, en tussen zijn maquettes en schaalmodellen, en hun meer dan levensgrote, technische realisatie. Door zijn leven en werk bepaalt hij ons tot de diepe wijsheid van Protagoras dat de mens de maat is van alle dingen, ook als die hem boven het hoofd lijken te groeien.

Mogen de beelden van Bas Maters als taal blijven spreken, opdat wij de menselijke maat niet uit het oog verliezen.

In de week na deze opening stuit ik op het volgende citaat in een beschouwing over Bridget Riley (winnares van de Sikkensprijs 2013) van Michael Bracewell:

‘In a conversation with Maurice de Sausmarez, conducted in 1967, Riley said of Black to White Discs: ‘[…] when I had Black to White Discs on a small scale it was a slow painting, and when it became larger it became slower still. When its character was revealed in this slowness I realised that by increasing the scale a more positive statement of slowness would be made.’’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: